Determinatie van Tropische Vlinders

Wat is determinatie? 

Determinatie is in de biologie het "op naam brengen" van een planten- of diersoort, dat wil zeggen bepalen tot welke soort een bepaald exemplaar behoort. 

Hiervoor wordt meestal gebruik gemaakt van determinatietabellen of determinatiesleutels, aan de hand waarvan men door het beantwoorden van vragen over waarneembare kenmerken van het exemplaar naar een nieuwe vraag wordt geleid, tot er uiteindelijk nog maar één mogelijke soort over is. Omdat steeds meer mensen naar Tropische vlindertuinen trekken, maar eigenlijk niet weet welke vlinder zo nou precies gefotografeerd hebben, wil ik met deze pagina op mijn website de mensen een handje helpen de juiste naam te vinden bij de meest voorkomende vlinders in de Nederlandse vlindertuinen. Klik op de foto voor een grotere variant.

 

Jan van Bruggen. 

 

KLIK OP EEN FOTO VOOR EEN VERGROTING. /  Click on the picture to enlarge.

 


Greta Oto | Glasvleugelvlinder

De Greta oto is een vlinder uit de familie Nymphalidae. De Greta Oto komt voor van Mexico tot in Panama. De vlinders leggen hun eitjes op verschillende soorten cestrumplanten, zoals C. lanatum en C. standleyi. Deze planten behoren tot de familie van de Solanacea ( nachtschadefamilie ). Een vrouwtje legt telkens een eitje en zoekt dan een volgende waardplant. Ze komt soms telkens bij dezelfde plant terug, zodat er meestal heel wat eitjes op een plant zitten. De bleke rupsjes hebben geen stekels. De Greta Oto is en zeer algemene glasvleugelvlinder die zich in een groot aantal verschillende biotopen thuis voelt. Hij is het hele jaar als vlinder te zien; in het ene seizoen in zeer grote aantallen, in het andere met slechts enkele individuen. De vlinder kan in een korte tijd grote afstanden afleggen. Van een Greta Oto is in Costa Rica vastgesteld dat het vlindertje in een etmaal ruim 40 kilometer had afgelegd. Gemiddeld trekken de vlinders ongeveer 12 kilometer per dag. Zij kunnen dat redelijk veilig doen, omdat ze in de felle zon vrijwel onzichtbaar zijn als ze vliegen.


Heliconius Cydno

Heliconius cydno is een vlinder uit de familie Nymphalidae. De soort komt voor van Colombia en Ecuador tot in Mexico. De vrouwtjesvlinders leggen per waardplant één ei. Het larvale stadium duurt twee tot drie weken, waarna de rups verpopt. Het duurt acht tot twaalf dagen voordat er een volwassen vlinder uit de pop kruipt. Mannetjesvlinders hebben op hun achterste vleugels kliertjes, die feromonen kunnen uitscheiden. Hiermee kunnen ze vrouwtjes veroveren. De volwassen vlinders voeden zich met nectar van planten uit de geslachten Lantana, Psiguria en Gurania. Waardplanten voor de rupsen zijn de meeste soorten passiebloemen, maar bij voorkeur Passiflora biflora en Passiflora vitifolia.


Catonephele Orites

Catonephele orites is een vlinder uit de familie Nymphalidae


Heliconius Melpomene | Heliconius Erato

De Heliconius Melpomene ( Rosina ) vliegt van Mexico tot aan Brazilië. Er zijn tientallen ondersoorten bekend. Ook van elke individuele ondersoort komen verschillende vormen voor die lijken op een ondersoort van H. Erato. Aan dit ingewikkelde mimicrycomplex zijn al vele studies gewijd. H. Melpomene prefereert bosachtige gebieden. Hij vliegt daar langs de randen en op open plekken, maar mijdt de felle zon. De vlinders verzamelen stuifmeel vooral van Psiguriabloemen, maar bezoeken ook Lantana en Hamilia. Eitjes worden gelegd op jonge blaadjes van passifloraplanten. De rupsen zijn wit gekleurd met zwarte stipjes. Hun kop is oranje geel. Verder hebben ze een groot aantal stekels op hun lichaam. In gevangenschap kan deze vlindersoort, mits hij onder de juiste omstandigheden gehouden wordt, zeer goed gekweekt worden. Hij is een graag geziene gast in overdekte vlindertuinen, omdat hij het hele jaar door als vlinder te zien is, die bovendien graag rond mensen fladdert. De Heliconius Erato heeft gelijke kenmerken aan de Heliconius Melpomene, maar hebben beide een andere waardplant. Passiebloem-vlinders worden ouder dan een paar weken, dat danken ze aan het feit dat ze eiwitten kunnen opnemen.


Heliconius Hecale

De breedgevleugelde Heliconius hecale is te herkennen aan de bruine aanzet rondom zijn lijfje en de witgele vlekjes op het uiteinde van beide vleugels. In Midden-Amerika is de kans groot dat je deze vlinder spot. De Heliconius Hecale stelt namelijk geen hoge eisen aan zijn levenspatroon. Hij vliegt zowel in open gebieden als tropische regenwouden, zet zijn eitjes af op alle passiflora's en houdt van de nectar uit vele bloemen. Daarnaast is de Heliconius hecale een goede vlieger. Dit is terug te zien in de vlindertuinen, waar de vlinder veel rondfladdert.


Thyridia psidii

De Thyridia psidii, of misschien kan je beter zeggen Glas-in-lood-vleugelvlinders want de zwarte omlijning van de doorzichtige stukken lijkt daar eigenlijk meer op dan echt glas. Voor de schoonheid van de vlinders maakt het echter niet uit. Thyridia psidii is een vlinder uit de familie Nymphalidae.


Heliconius Sara

De Sara longwing (Heliconius sara) is een soort neotropische heliconiidevlinder die wordt gevonden van Mexico tot het Amazone-bekken en Zuid-Brazilië. Het is een kleurrijke soort: het dorsale vleugeloppervlak is zwart met een groot mediaal stuk metallic blauw dat wordt omlijst door twee witte strepen op de voorvleugels. (Deze kleuring lijkt op die van Wallace's longwing, H. wallacei, wiens bereik Sara overlapt, maar reikt niet zo ver naar het noorden.) Het buikvleugeloppervlak is saai bruin tot zwart met gedempte banden en kleine rode vlekken op de proximale rand ; de totale spanwijdte is 55-60 mm.


Laparus Doris Viridis

Laparus doris, de Doris longwing of Doris, is een vlinder uit de Nymphalidae-familie en slechts lid (d.w.z. monotypisch) van het geslacht Laparus. Het wordt gevonden van Midden-Amerika naar de Amazone. Er is aanzienlijke variatie in kleur en patroon, zelfs op subspecies niveau. Hij wordt gevonden van zeeniveau tot 1200 meter in open plekken op het bos. De larven voeden zich voornamelijk met de soorten van de granadilla. Volwassenen voeden zich met nectar van Lantana-bloemen, waarbij de vrouwtjes ook stuifmeel verzamelen van Psiguria en Psychotia-bloemen


Dryas Julia

De oranje passiebloemvlinder (Dryas julia) is een vlinder uit de onderfamilie van de passiebloemvlinders (Heliconiinae) en de enige soort in geslacht Dryas. Het is een vormenrijke soort waarin meer dan een dozijn ondersoorten werden benoemd. Deze soort komt algemeen voor van tropisch Zuid-Amerika en Midden-Amerika tot in het zuiden van de Verenigde Staten (zuiden van Texas en Florida). De vlinder heeft een spanwijdte van 7,5-9,5 cm. De vlinders hebben lange, smalle voorste vleugels. Mannetjes zijn feloranjebruin van kleur en hebben een zwarte vlek op de voorste rand van de voorste vleugel. Vrouwtjes zijn valer gekleurd en missen de zwarte vlek. Aan de onderkant zijn de vlinders vaal oranjebruin van kleur met twee rode vlekken bij de vleugelbasis. Er zijn een aantal ondersoorten die verschillen in zowel intensiteit van de vleugelkleur als formaat afhankelijk van de biotoop. De vlinders voeden zich onder andere met nectar van Lantana camara. Waardplanten van de stekelige, lichtbruine rupsen zijn onder andere Passiflora biflora, Passiflora caerulea, Passiflora lutea en Passiflora vitifolia.


Anartia Amathea

Anartia amathea (Engels: Brown Peacock) is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders. De vlinder komt voor in Noord en Midden-Amerika. De waardplanten van de rupsen komen uit het geslacht Acanthaceae


Battus Ingenuus

Battus ingenuus heeft een spanwijdte van ongeveer 82-95 millimeter (3.2-3.7 in). De bovenkanten van de vleugels zijn in feite zwart met groenachtige reflecties en lichtgroene vlekken op de achtervleugels, terwijl de onderzijden grotendeels bruinig zijn, met rode en witte vlekken op de randen van de achtervleugels. Het lichaam is zwartachtig, met gele vlekken aan de zijkanten van de thorax en de buik en een paar witte vlekken aan de onderkant van de buik. De mannetjes hebben een bleke geelachtig groene bovenbuik. De larven voeden zich met Aristolochia constricta.  Terwijl de rupsen zich voeden met deze giftige pipevines, worden de insecten zelf giftig en proeven ze zeer slecht voor vogels.


Idea Leuconoe

De Idea leuconoe, beter bekend als de papiervlinder, is een bijzonder grote vlinder. Zijn vleugels hebben een spanwijdte van 15 centimeter. Door het grote vleugeloppervlak met weinig vliegspieren heeft de Idea leuconoe een trage vleugelslag. Na enkele vleugelslagen gaat deze vlinder over tot een glijvlucht door de lucht. Een gemakkelijke prooi voor roofdieren zou je denken. Maar daar hoeft de papiervlinder niet bang voor te zijn. De rups van deze vlinder smult namelijk volop van de frederiksbloem, een giftige plant. Hierdoor draagt de vlinder ook giftige stoffen met zich mee. De rovers laten dit maaltje dus liever vliegen.


Cethosia hypsea

Cethosia hypsea. De spanwijdte is ongeveer 80 mm van de vlinder. De bovenzijden van de voorvleugels zijn zwart met een brede witte dwarsband en een oranjerode basale zone. Bij de vrouw op elke bovenzijde heeft het basale oranje gebied ook een witte vlek. Bij beide geslachten hebben de buitenmarge van beide vleugels geschulpte zwarte marges. De onderkant van de vleugels is oranjerood met grote witte banden en verschillende zwarte of lichtblauwe strepen. De randen van de onderkant van de vleugels zijn diep gegratineerd door witte markeringen


Graphium Agamemnon

De Vlinder komt oorspronkelijk voor in delen van Azië en Australië, waar de Graphium agamemnon het liefst vliegt tussen de boomtoppen van de jungle. Ze dalen alleen af om nectarbloemen zoals de lantana, ixora of mussaenda te bezoeken. Met zijn snelle vleugelbewegingen is het lastig om het prachtige zwartgroene vleugelpatroon van de Graphium agamemnon te bewonderen in de Vlindertuin. De Graphium agamemnon is een onrustige vlieger die zijn vleugels constant laat bewegen, zelfs als hij nectar uit een bloem zuigt.


Dryadula Phaetusa

Dryadula phaetusa is een vlinder uit de subfamilie Heliconiinae en de enige soort in zijn geslacht. De vleugels zijn 73 – 76 mm breed en oranjebruin met zwarte strepen. Het vrouwtje is valer gekleurd dan het mannetje. Deze soort heeft in vergelijking met andere vlinders uit dezelfde subfamilie relatief korte antennes. In tegenstelling tot andere vlinders uit de Heliconiinae verzamelt deze soort geen stuifmeel aan zijn roltong. Hij voedt zich met nectar van bloemen uit het geslacht Asclepias. Dryadula phaetusa komt alleen voor in terreinen met een lage begroeiing en niet in bosrijke gebieden. Hij komt voor van Mexico tot in Brazilië. Waardplanten voor de rupsen zijn Passiflora morifolia en Passiflora talamancensis.


Hamadryas Amphinome | Red Cracker

Er is geen Nederlandse naam voor deze vlinder. In rust houding hangen deze vlinders altijd ondersteboven, ook hier op de foto's. De mannetjes maken vaak een opvallend knisperend geluid. In het Engels worden deze vlinders daarom "cracker"(kraker) genoemd. De mannetjes maken dit geluid om vrouwtjes te lokken en andere mannetjes te verjagen. Deze hamadryas vlinder heet, ondanks de vooral blauwpaarse kleur, red cracker ( Hamadryas amphinome ) De herkomst van deze vlinder is Zuid- en midden Amerika, Mexico en de Caraïben. De spanwijdte van deze vlinders is 6,5 a 8,5 cm.

 


Papilio palinurus

Papilio palinurus heeft een spanwijdte van ongeveer 8-10 centimeter.  De dorsale zijden van de vleugels zijn bedekt met een poeder van groene schubben en de achtergrond varieert van donker groenachtig tot zwart, met brede heldere smaragdgroene metallic-banden. De onderkant is zwart met oranje, witte en blauwe vlekken langs de randen van de achtervleugels, die aan het eind een verlengde staarten vertonen. De vlucht van deze vlinders is snel tot vrij snel. Rupsen voeden zich met planten van het geslacht Euodia behorend tot de Rutaceae, algemeen bekend als de rue of citrusfamilie


Papilio Dardanus

Papilio dardanus is een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae). Het mannetje van deze vrij grote vlinder heeft geel-witte vleugels, met aan de achtervleugels 2 staarten. De vrouwtjes daarentegen hebben in het gehele verspreidingsgebied vele verschillende vormen, uitgezonderd in Ethiopië.


Siproeta Stelenes

De Siproeta Stelenes is een malachietvlinder uit de familie Nymphalidae. Malachiet is een groen mineraal. De vleugels zijn zwart met felgroene vlekken aan de bovenzijde, en roodbruin met olijfgroene vlekken aan de onderzijde. De spanwijdte is 8 - 10 centimeter. De rupsen zijn zwart met rode vlekken, en dragen hoorntjes op de kop en stekels over de rest van hun lichaam. De volwassen vlinders eten nectar van bloemen en rottend fruit. Zij bezoeken daarom graag boomgaarden met mango, citrusfruit en avocado. Ook drinken ze sappen uit mest en dode dieren. Siproeta Stelenes komt voor van het zuidelijk deel van de verenigde staten tot in het Amazonegebied. In Midden-Amerika is hij een van de algemeenst voorkomende vlinders. Hij vliegt graag in de volle zon. De voedselplanten van de rups zijn ruellia en blechnum ( Acanthaceae ). Siproeta Stelenes lijkt veel op giftige vlinders uit de Heliconius-familie, een mooi voorbeeld van mimicry.


Parides Iphidamas

Parides iphidamas is een vlinder uit de familie van de Pages (Papilionidae). Deze vlinder heeft zwarte vleugels met rode stippen. De achtervleugels van het mannetje hebben een omgevouwen binnenrand, waarin witte, draadachtige geurschubben liggen. Op de voorvleugels bevinden zich rode en soms groene vlekken. . De waardplanten behoren bij het giftige geslacht Aristolochia uit de pijpbloemfamilie (Arislochiaceae).den zich rode en soms groene vlekken. Deze vlindersoort komt voor van Mexico tot Peru in bosachtige gebieden.

 


Heliconius Charithonia | Zebravlinder

De zebravlinder is een vlinder uit de onderfamilie heliconiinae, de passiebloemvlinders. De spanwijdte bedraagt 70 tot 90 mm. De vlinder heeft kenmerkende zwarte en gele banden. De onderkant heeft dit zelfde kleurenpatroon met tevens rode stippen op de vleugelbasis.

 


Pachliopta Kotzebuea

Het lijfje van de Pachliopta kotzebuea is in tegenstelling tot vele andere vlinders rood. Ook op zijn fluweelzwarte vleugels zitten rode vlekjes. De rode kleur waarschuwt gewervelde insecteneters dat de vlinder oneetbaar is. Spinnen en mieren schijnen niet afgeschrikt te worden van de duivelse rode kleur. In de Pachlioptafamilie is de Pachliopta kotzebuea de enige vlinder die geen witte vlekken op zijn vleugels heeft.


Hypolimnas Salmacis

Hypolimnas salmacis is een Vlinder uit de familie Nymphalidea.


Morpho Polyphemus.

Morpho polyphemus, de witte morpho of Polyphemus witte morpho, is een witte vlinder van Mexico en Midden-Amerika, die zich uitstrekt tot ver in het zuiden van Costa Rica. Zoals de naam suggereert, is dit een van de relatief weinige morfos die eerder wit dan blauw is. Zowel de bovenste als onderste vleugels zijn helder wit, met enkele kleine lichtbruine markeringen. Er is een rij kleine oogvlekken aan de onderkant van de achtervleugels.


Papilio Rumanzovia

Met een spanwijdte van 13 centimeter is de Papilio rumanzovia een grote pagesvlinder. Overwegend zijn deze vlinders zwart met signaalrode vlekken aan de boven- en onderkant van de vleugels. Met deze rode kleuren probeert de Papilio rumanzovia zijn belagers af te schrikken. De vlinder is namelijk een smakelijk hapje voor insecteneters. Met de rode kleuren doet de Papilio rumanzovia zich voor als giftige vlinder en hoopt hij dat de rovers zijn straatje voorbij vliegen.


Papilio Cresphontes

De Papilio cresphontes is een zwarte vlinder met gele vlekken. Op de onderste vleugel zit aan beide kanten een roodachtige oogvlek. De Papilio cresphontes lijkt veel op de Papilio Thoas. Naast een andere vorm van het mannelijke geslachtsdeel, hebben beide vlinders een andere waardplant. De Papilio chresphontes is minder kieskeurig in haar waardplant dan de Papilio thoas en zet haar eitjes af op planten uit de familie Lauraceae en Solanaceae. De spanwijdte van de Papilio cresphontes is 15 centimeter.


Morpho Peleides

Morpho Peleides is een opvallende verschijning in Mexico, Midden-Amerika, Columbia en Venezuela. De vlinder gebruikt als waardplant Mecuna, Dalbergia en Pterocarpus, allemaal planten uit de familie van de Fabaceae. De rupsen zijn getooid met kleurige haarbundels. Bij hun eerste pootpaar hebben de rupsen al klieren, waarmee ze in geval van nood een afstotende geurstof afgeven. Bij de vlinders is de onderkant van de vleugels bruin gekleurd met daarop oogvlekken. Bij de vrouwtjes is de bovenkant van de vleugels bruin, bij de mannetjes overwegend blauw. Het iriserende blauw is bij de ene ondersoort beperkt tot een smalle band, bij een andere is de bovenkant van de vleugels helemaal prachtig blauw. De vlinder is een opvallende vlieger langs bosranden en rivieroevers. Hij voedt zich met sap van rottend fruit en sappen die uit beschadigde bomen vloeien. Als hij drinkt, houdt hij zijn vleugels boven het lichaam tegen elkaar gevouwen. Het blauw is dan niet te zien en de vlinders vallen helemaal niet meer op.


Danaus Plexippus ( Monarchvlinder )

De monarchvlinder heeft maar weinig populaties in het zuiden van Europa. Hij is echter beroemd om zijn trekneigingen en kan als zeldzame gast in de kuststreken van Noordwest-Europa worden aangetroffen. De populaties liggen op warme tot zeer warme droge plaatsen, zoals erosiegeulen. De vlinder komt ook voor in tuinen en parken. In Spanje worden de eitjes afgezet op Asclepias curassavica , op de Canarische Eilanden tevens op Gomphocarpus fruticosus . De vlinders planten zich continu voort en kunnen meerdere generaties per jaar voortbrengen. De populaties zijn doorgaans klein en zijn omgeven door landbouwgebieden. Ze worden met uitsterven bedreigd door gebruik van herbiciden en insecticiden, branden en storten van afval.


Catonephele Numilia (man)

Soms komt het bij vlindersoorten voor dat het mannetje niet op het vrouwtje lijkt. De Catonephele numilia is daar een voorbeeld van.Het mannetje heeft zwarte vleugels met zes knaloranje stippen, het vrouwtje heeft zwarte vleugels met een lichtgele band over het midden van de voorvleugels. De Catonephele numilia heeft een spanwijdte van maximaal vier centimeter en vliegt in de grootste vlindertuin van Europa het liefst langs de grond en dichtbij rijpe vruchten en bloemen.


Hebomoia Glaucippe

De zwart met oranje vleugeluiteinden van de Hebomoia glaucippe contrasteren met zijn spierwitte lichaam. Ook voor vijanden is het bleke vlinderlijfje een opvallende verschijning. Om de aandacht van rovers te onttrekken sluit deze vlinder zijn vleugels, om zich voor te doen als een dor blaadje hangend aan een boomtak. De spanwijdte van de Hebomoia glaucippe is 10 centimeter. Hierdoor is deze vlinder de grootste vlinder in de witjesfamilie.


Papilio Thoas

Oorspronkelijk fladdert de Papilio thoas, ook wel Heraclides thoas genoemd, door de tropen van Midden- en Zuid-Amerika. In groepjes van vier tot zes vlinders zwerven deze Papilio’s door woestijnen, bergen, graslanden en tropische regenwouden. In de vlindertuin spot je de zwarte vlinders met gele strepen en vlekken langs beekjes of vliegend rondom hun nectarbloemen: lantana, caesalpinia en bougainvillea.


Archaeoprepona Demophon

Zwarte vleugels met een blauwe verticale lijn, zo zien de vleugels van de Archaeoprepona demophon eruit. Zodra de vleugels van deze bijzondere vlinder gesloten zijn, verdwijnen de magische kleuren en zie je verschillende tinten lichtbruin. Met een spanwijdte van zo’n 6 centimeter hebben deze vlinders vaak een flexibele en zeer krachtige vlucht. In de vlindertuin spot je de Archaeoprepona demophon met het hoofd naar beneden en de vleugels half open op smalle boomtakken. Dit is de ideale positie voor deze vlinder om zijn liefdespartner te spotten.


Attacus Atlas ( Atlas Vlinder )

De atlasvlinder is een opvallende soort vanwege de kleuren en patronen en met name de grootte. Wat direct opvalt aan de atlasvlinder zijn de buitenproportioneel grote vleugels, het lichaam van de vlinder is niet opvallend groot. De vleugels kunnen een spanwijdte bereiken van bijna dertig centimeter en ook de vleugels in de lengte ongeveer zo lang, zodat de omtrek van de vlinder van vleugelpunt tot vleugelpunt zo groot is als een stoeptegel.


Papilio Lowi

Om de Papilio lowi te spotten in de natuur moet je echt geluk hebben. Deze mooie vlinder leeft namelijk alleen op het Filipijnse eiland Palawan en op Borneo. In de Vlindertuin heb je meer kans om de integrerende vleugels van de Papilio lowi te bewonderen. De overwegend cremewitte vleugels met zwarte vleugeladeren zijn een plaatje om naar te kijken. Met een spanwijdte van 12 centimeter is de Papilio lowi een grote vlinder in de pagesfamilie.

 


Adelpha Fessonia

Adelpha fessonia, de zigeunerband of Mexicaanse zuster, is een vlindersoort van de familie Nymphalidae. Het wordt gevonden in Panama-Noord van Centraal-Amerika tot in Mexico. Het is een periodieke inwoner in de lagere Rio Grande Valley, Texas.


Papilio Polytes

Over het algemeen heeft de Papilio polytes zwarte vleugels met op de onderste vleugel een horizontale lijn bestaande uit witte vlekken. De vrouwtjes van deze pagesvlinder zien er vaak niet hetzelfde uit als de mannetjes. Het vrouwtje heeft op de onderste vleugel naast de witte, ook rode vlekken. Als deze vlinder haar vleugels sluit, lijken de rode vlekken op een prachtige rode roos. Een handige manier om vijanden op een verkeerd spoor te zetten.


Diverse soorten Vlinders

Foto 1: Siproeta Epaphus - Foto 2 : Caligo Atreus - Foto 3: Hypna clytemnestra


* Deze Determinatie pagina wordt zo spoedig mogelijk uitgebreid *


Commentaren: 1
  • #1

    Maria Schuls (dinsdag, 19 februari 2019 07:25)

    prachtige foto's en vind het mooi dat de namen er bij staan , maak ook graag foto's van vlinders en nederlands wat ook erg belangrijk is voor mij kan het hier op vinden
    bedankt er voor

                                                 Ga terug naar startpagina