Hertachtigen (Cervidae) zijn herkauwende evenhoevigen, die zich kenmerken door het gewei van het mannetjeshert. Een mannelijk hert heet hert of bok en een vrouwelijk hert heet hinde. Bij reeën spreekt men echter gewoonlijk van bok en geit en bij rendieren en elanden van stier en koe. Er zijn zo'n veertig soorten in 16 geslachten en vier onderfamilies. (bron: Wikipedia )

Klik op de foto(s) voor een vergroting.


Het damhert is groter dan een ree en kleiner dan een edelhert. De kop-romplengte is 130 tot 170 centimeter en de schofthoogte 85 tot 110 centimeter. Het damhert kan 45 tot 100 kilogram zwaar worden, bij hoge uitzondering tot 130 kilogram. De staart is vrij lang: 16 tot 19 centimeter. Het mannetje (hertenbok of schoffelaar genaamd - aan schaufler, Duits jagersjargon, ontleend -, naar de vorm van het gewei van volwassen dieren) wordt over het algemeen zwaarder dan het vrouwtje (hinde genaamd).


Het zeldzame Pater-Davidshert (Elaphurus davidianus) is een soort uit de familie der hertachtigen. Het behoort tot de onderfamilie Cervinae. Het is de enige levende soort van het geslacht Elaphurus. Het grote, bruin gekleurde dier (schouderhoogte 115 cm, gewicht 150-200 kg, lichaamslengte 220 cm) is gekenmerkt door een lange kop, lange staart (ca. 50 cm) en lange poten met brede hoeven, die evenals bij het rendier bij het lopen een krakend geluid maken. Het grote gewei heeft geen oogtak (eerste en voorste zijtak) en alle einden zijn naar achteren gericht. Draagtijd 40 weken, één jong per worp (gevlekt). Maximale levensduur 20-25 jaar. Deze herten houden van water en kunnen dan ook goed zwemmen. Het zijn voornamelijk grazers, maar in de zomer vullen ze hun plantaardig dieet aan met waterplanten. In het Chinees krijgen deze dieren de naam Milu (麋鹿). (bron: Wikipedia)


Het edelhert (Cervus elaphus) is het grootst op het land levende zoogdier van Nederland en na de eland de grootste soort uit de familie van de hertachtigen in Europa. Het heeft een schofthoogte van gemiddeld 110 cm en heeft in de zomer een roodbruine vacht (de soort wordt ook roodwild genoemd) die in de winter grijsachtig bruin is. Verwarring met andere herten kan optreden.